Makreel is in de zomer lekker dik. Hij kan sterke smaken hebben, zoals die van rijpe bramen en geroosterde biet. De biet rooster je gewoon zonder aluminiumfolie, zout of olie in de oven. Daardoor verdampt er veel vocht en krijgt hij een intens diepe, bijna dropachtige smaak.

makkelijk | voor | vis | 4 personen

10 min bereidingstijd + 2 uur roosteren

Ingrediënten

1 kg rauwe, niet te grote rode bieten

paar takjes salie

1 sinaasappel

1 el ciderazijn of witte wijnazijn

zout en versgemalen zwarte peper

5-6 el smakelijke olijfolie

4 makreelfilets

4 el Hoisinsaus

olie, om te bakken

1 bakje bramen

1 klein bakje zure room

Bereiding

Verwarm de oven voor op 180 graden. Rooster de bieten (afhankelijk van de grootte) zo’n twee uur tot ze zacht zijn. Laat enigszins afkoelen en pel ze. Dat gaat heel gemakkelijk nu, want het vel is leerachtig geworden en de biet zit los in z’n jas.

Maak de dressing: hak zo’n tien blaadjes salie heel fijn. Doe in een kom en rasp er de rasp van een sinaasappel boven. Pers het sap er vervolgens ook boven uit. Voeg een eetlepel ciderazijn toe, breng op smaak met zout en peper en klop er de olijfolie door.

Verwarm de grill voor op 220 graden. Verwijder eventuele graten uit de filets. Bestrooi met zout en bestrijk de huidkant met Hoisinsaus (sojasaus kan ook). Smeer een bakplaat in met een kwastje met olie en leg de filets er met de huidkant naar boven op. Schuif ze 3-5 minuten onder de grill tot net gaar.

Verdeel de bieten over de borden en de filets erop. Maak af met de bramen en bedruip met dressing en losgeslagen zure room.