Farinata wordt in Ligurië als snack gegeten (in Nice ook trouwens, daar noemen ze deze kekke kekerpannenkoek Socca), maar kan ook prima als ondergrond voor een maaltijd dienen. Met geroosterde groenten of gesauteerde knoflookspinazie bijvoorbeeld. En met waterkers, peer en friszure geitenkaas is het een perfecte lunch

voor de farinata

kikkererwtenmeel 250 g* (liefst Italiaans)

zout 1 volle tl

water 500 ml

olijfolie 6 el

verse rozemarijnnaaldjes, fijngehakt 2 el

*genoeg voor twee stuks

voor de topping

waterkers zakje

rijpe peer 2

citroen ½

olijfolie 2 el

geitenkaas, bijvoorbeeld coeur de chèvre du-Pays-Boulonnais, 150 g

zwarte peper, uit de molen

Bereiding

Doe het kikkererwtenmeel in een kom. Voeg het zout toe, klop er met een garde 500 ml handwarm water door en roer tot een glad beslag. Roer er 2 eetlepels olijfolie door, dek af met plasticfolie en laat minimaal 2 uur bij kamertemperatuur rusten. Verwijder eventueel met een lepel het schuimlaagje dat zich op het kikkererwtenbeslag kan vormen en roer het beslag nogmaals door.

Verwarm de oven voor op 230 graden. Schenk een flinke scheut olijfolie in een grote ijzeren koekenpan, zet in de oven en laat gloeiendheet worden. Haal de pan uit de oven (GEBRUIK OVENWANTEN!), schenk de helft van het beslag erin en bestrooi met rozemarijn. Bak in 20 – 25 minuten gaar. De randjes moeten goudbruin en krokant zijn. Herhaal voor een tweede farinata.

Maak intussen de waterkers aan met de olijfolie. Snijd de peer in partjes en besprenkel met citroensap. Snijd de farinata in punten en beleg met waterkers, peer en geitenkaas. Maal er royaal zwarte peper over.