Gli gnudi (spreek uit ‘ljie njoedie’ en oefen honderdduizend keer op dit tongbrekertje) zijn een Toscaanse variant op gevulde pasta. Gnudi is afgeleid van gnudo, dialect voor nudo, naakt. Waar ravioli in een deegjasje zitten en een slak zich hult in een huisje, hebben gnudi niks om zich achter te verschuilen. What you see is what you get. Ze zijn de vulling van de ravioli zonder de jas, de naaktslakken onder de gevulde pastasoorten.

Aan die vulling (spinazie, ricotta en nog wat dingen) wordt slechts een pietsie bloem toegevoegd, waardoor gnudi zacht en delicaat zijn. Dit in tegenstelling tot hun meer veerkrachtige broers de gnocchi, waar de kaakspieren wel losjes voor ingezet dienen te worden – en dat kauwen heeft ook weer zo zijn charme.

Vandaag hebben je kiezen geen dienst. Gnudi laten zich genoeglijk kapot drukken tussen tong en verhemelte.

Ingrediënten

500 gr wilde spinazie (niks wilds aan, maar ik bedoel die Italiaanse, met stevig blad met structuur en smaak)

2 el olijfolie

1 à tenen knoflook, geplet

250 gr ricotta (van koe of schaap)

klein bosje daslook, zeer fijngehakt

50 gr geraspte Parmezaan + extra

flinke snuf zout

flinke snuf nootmuskaat

1 ei

45 gr gezeefde bloem + nog extra

voor de salieboter

flinke kluit boter

paar takjes salie

zwarte peper uit de molen

Bereiding

Was de spinazie grondig en laat goed uitlekken. Verwarm de olijfolie in een ruime koekenpan en voeg de knoflook toe. Laat licht kleuren. Voeg de spinazie toe met een snuf zout en roerbak tot de spinazie goed is geslonken. Verwijder de knoflook en laat de spinazie goed uitlekken in een vergiet.

Kiep het bakje ricotta in een zeefje en laat ook goed uitlekken.

Knijp de spinazie met schone handen vervolgens nog eens goed uit want er kan nog veel vocht in zitten. Echt goed uitknijpen- denk maar aan een of andere klootzak (Trump, Bolsonaro, enz) als dat helpt, want je vulling mag niet de nat zijn.

Doe de uitgeknepen spinazie in een ruime kom samen met de uitgelekte ricotta, de geraspte Parmezaan, zout, nootmuskaat, en een ei. Meng goed met een grote lepel, voeg de gezeefde bloem toe en meng alles nogmaals goed door. Proef en corrigeer eventueel op smaak.

Strooi een laag bloem in een bord en leg een vel bakpapier klaar. Neem met behulp van een eetlepel telkens een halve eetlepel vulling, vorm er een balletje of een andervormig flupje  van en rol licht door de bloem. Leg de gnudi op het bakpapier en ga door tot de vulling op is.

Breng ruim water aan de kook in een grote pan en voeg 10 gr zout toe per liter. Kook de gnudi in een paar minuten gaar. Als ze boven komen drijven zijn ze klaar. Smelt ondertussen in een ruime koekenpan een flinke kluit boter en voeg een paar takjes salie toe en zwarte peper uit de molen.

Neem de gare gnocchi uit de pan met een schuimspaan en leg ze meteen in de gesmolten boter. En nu ‘spadellare die gnudi –  een ruk aan de pan geven zodat de gnudi licht opspringen en alles aan voor-, achter-, en zijkant bedekt is met salieboter. Opdienen, nog extra Parm en zwarte peper erover.