Mijn eerste keer was in Italië. Op de Slow Food beurs, waar ik met vervalste perspas was binnengedrongen, buitelden Italiaanse gastronomen bij de Zeeuwse stand over elkaar heen om ‘onze’ Oosterscheldekreeft te proeven.

Echtgenoot en culinair fotograaf Remko Kraaijeveld maakte samen met vormgever en auteur Ronald Timmermans een boek over deze bijzondere kreeft, die een unieke smaak ontwikkelt in zijn ziltzoete Zeeuwse habitat. Remko nam me mee naar Zeeland waar ik de allerlekkerste Oosterscheldekreeftbeleving ooit zou ervaren. De chef van het betreffende restaurant had duidelijk zijn avond niet: mijn allerlekkerste kreeft was uitgedroogd en de oneerbiedige muffe mix van knoflookpoeder en Silvo viskruiden waarmee het evolutionaire-brak-waterwonder bestrooid was, bitter en verbrand. Het verbaasde me, want zo moeilijk is kreeft koken niet. Paar minuten (neem als richtlijn 1 minuut per 100 gram, eventueel daarna nog even nagaren in de oven) in een grote pan flink gezouten water – courtbouillon maken vind ik persoonlijk onzin, gezien de vlugge dip die je kreeft maakt. En dan bijvoorbeeld serveren met een saus van geklaarde boter, met daarin een hand gehakte groene kruiden zoals dragon, dille en kervel. Wat citroenzest, zout en peper en je hebt een godenmaal.

Ik riep hoogmoedig tegen Remko dat ik dat beter kon. We organiseerden in zijn studio een Oosterscheldekreeftvreetfeest. Met producten uit Zeeland, veel wijn en een bont en beschonken gezelschap. Terwijl ik een enorme pan bouillon trok voor de bisque met venkel, vanille en saffraan en schelpen schrobde voor de niet zo Zeeuwse fregola, haalden Ronald en Remko de kreeften bij een visser in Zeeland. We zetten ze buiten de koeling, daar zouden ze zich meer senang voelen. Waardoor de dieren nu eens niet narcotisch versuft waren door de kou, maar pisnijdig met grijpklare scharen.

Ik schreef net dat kreeft koken an zich niet moeilijk is. Maar 24 heetgebakerde klapperende joekels zonder kleerscheuren in een mensgrote pan krijgen en zorgen dat ze allen de juiste cuisson hebben, is wel een uitdaging. Gelukkig werd ik bijgestaan door mijn vriendin en Ayurvedisch chef Danielle van den Stoom, die heel wat ave mariaatjes richting India heeft moeten doen om de bereiding van dit maal goed te maken. Hoe dan ook, het werd een legendarische avond. We lieten onze gasten beginnen met brood van Amsterdamse bakkerij Niemeijer en zeekraalboter, vervolgens de bisque en daarna Sardijnse fregola met aangeschroeide tomaatjes, Zeeuwse schelpen en lamsoren. De lauwwarme kreeft serveerden we met genoemde saus van geklaarde boter, erbij een frisse salade met venkel en korenaarasperges.

Het boek over de Oosterscheldekreeft is nu ook in het Duits vertaald en gaat in Nederland in herdruk. Het seizoen van de Oosterscheldekreeft loopt nog tot 15 juli.

Fotocredits: Remko Kraaijeveld